Het is niet altijd eenvoudig om duidelijke taken / oefeningen / examens op te stellen. Daarom enkele voorbeelden van hoe je dit best wel (en niet) doet.

Oefening: beschrijf wat er niet goed is aan onderstaande vragen. Noteer wat er beter kan. 

  • Plaats het werkwoord in de correcte tijd en verklaar het gebruik ervan: "Last night he (to come) ... to the movies."

    Dubbele vraag. Vraag maximaal naar één kennisaspect per vraag.
     

  • Wanneer viel de Berlijnse muur? 
    Welke belangrijke reeks gebeurtenissen vonden in dat jaar plaats? 
    Welke wereldleider speelde daarin een grote rol?

    Stapelvragen. Als je het antwoord niet weet op de eerste vraag, kan je de volgende ook niet beantwoorden.
     

  • Geef de geboorte- en sterfdatum van Karel de Grote.

    Onbenullige detailvraag.
     

  • Kan je iets vertellen over het Doppler-effect?

    Ja-nee vraag waarop het antwoord altijd juist is.
     

  • Geef enkele essentiële verschilpunten tussen een BVBA en een NV

    Niet concreet, hoeveel? 
     

Daarom enkele warme aanbevelingen voor jouw toetsen & examens
Laat je toets/taak/examen nalezen door iemand (je partner, collega..). Zo ontdek je dat sommige vragen niet zo vanzelfsprekend zijn.
Gebruik courante woorden die in de les zijn gebruikt.
De instructies zijn concreet en eenduidig geformuleerd. Bijvoorbeeld: Geef de definitie van, analyseer volgende situatie en geef 3 concrete aanbevelingen. Formuleer je zinnen klantgericht en duidelijk.